7 min leestijd

Special: Zijn mannen en vrouwen gelijk?

De januskop van het feminisme
Special: Zijn mannen en vrouwen gelijk?

Yes, there is another episode of Computer Science, Off Course online, thanks for asking!

Het was weer een weekje hoor, en dat in de vakantie. Ik was een paar dagen uit fietsen, en onderweg had ik opnames voor een special van het Jeugdjournaal op een camping! Dat is even wat anders dan Studio 21 in Hilversum! Goed voor mijn vakantiegevoel, al heb ik dus nog wel een beetje gewerkt.

En ik schreef in de Volkskrant over het (zeer te prijzen) initiatief van de TU Delft om 30% van de stoeltjes voor eerstejaars met vrouwen te vullen. Er zijn genoeg studenten die zich aanmelden, dus dat kan met alleen maar vrouwen die de toelatingstoets met goed gevolg aflegden. Er worden dus geen vrouwen toegelaten die niet goed genoeg zijn, volgens hun eigen criteria.

Er kwam trouwens meteen een hoop kritiek op het initiatief van de TU, op Reddit maar ook in de comments van het AD bijvoorbeeld. Want dit is natuurlijk oneerlijk voor jongens die nu ‘geen kans’ meer hebben. Het is interssant om te zien hoe eerlijk hier gekaderd wordt. Jongens die overgeslagen worden ten faveure van meisjes, dat is oneerlijk. Maar ja, er is wel meer oneerlijkheid in de wereld. Ik heb binders vol met papers maar dit is een korte special dus ik noem er eentje. Onderzoek uit Israel toonde aan dat meisjes beter scoorden op anoniem beoordeelde wiskundetoetsen. Kende de docent echter de identiteit van de student? Dan deden meiden het opeens veel slechter. Dat effect was er niet voor andere vakken zoals talen. Over dit soort oneerlijkheid klimmen de toetsenbordridders van Reddit zelden in de pen, de oneerlijkheid waarin meisjes hun leven lang als minder beoordeeld worden (en dus) niet dezelfde kansen krijgen. En als hun kwaliteit al gezien wordt, wordt dat toegeschreven aan hard werk, en niet aan aangeboren talent.

Een voorstel als van de TU is dus goed, ter compensatie van eerdere oneerlijkheid waar meiden mee te maken krijgen. Echter, er is ook nog een systematische verandering nodig. Het curriculum, schreef ik, zit vol met ingewikkelde wiskunde, die abstract is, en vaak losgezongen van de werkelijkheid. En meiden zijn, over het algemeen, meer geïnteresseerd in mensen, en minder in dingen. Robuustere, systematischere verandering moet een ander soort Luchtvaart en Ruimtevaart vormen, eentje waarin vragen die vrouwen vaker stellen, ook ruimte krijgen.

Dit argument leverde me meteen een fijne lezersvraag op. Zeg je met die nadruk op het “people versus things” onderzoek niet dat vrouwen inherent anders zijn dan mannen?

Nu denk ik ten eerste dat dat niet hoeft, het is heel goed denkbaar dat vrouwen meer interesse hebben in mensen en minder in dingen omdat ze die kant op gesocialiseerd worden. Bijv door minder waardering voor hun wiskundeprestaties, maar ook door talloze andere grote en kleine vormen van socialisatie. “Wat ben jij een lief meisje” versus “Wat ben jij een stoere knul” enzovoorts. Maar het zou ook wel waar kunnen zijn, dat vrouwen van nature anders zijn dan mannen.

Die vraag of het nu nature of nurture is, moeten we niet eens willen beantwoorden, want het is niet relevant. Wat er toe doet is dat in de wereld waarin we leven, mannen en vrouwen niet hetzelfde zijn. Ze zijn niet geïnteresseerd in dezelfde dingen, ze worden niet aangemoedigd dezelfde dingen te doen, ze kunnen (in een bepaalde zin van het woord) dus niet hetzelfde. Dat is de januskop waar het moderne feminisme mee moet worstelen, we willen graag hetzelfde zijn, maar we zijn dat nu niet.

Het beste boek wat ik daar ooit over gelezen heb is “Why have there been no great female artists?” Van Linda Nochlin (ik had deze tip in week 22 al beloofd, remember?). Het is een pijnlijk boek, ten eerste omdat het uit 1971 is, maar alles vandaag de dag nog net zo relevant is als toen. Het is trouwens superdun, 26 bladzijdes maar en zo te vinden op internet als je wilt. Niets weerhoudt je dus om dat nu nog te gaan lezen.

Nochlin legt uit dat feministen de vraag “als vrouwen en mannen dan hetzelfde zijn en kunnen, waar zijn dan al die briljante vrouwelijke kunstenaars?” altijd beantwoorden met nou, ehm, ja, Georgia O’Keeffe! En Rosa Bonheur, Frieda Kahlo, Charlie Toorop, enzovoorts. Ze trappen erin, zegt Nochlin, door erop te staan dat vrouwen echt heus wel net zo goed zijn als mannen, en gaan daarmee de echte problemen uit de weg:

But they do nothing to question the assumptions lying behind the question "Why have there been no great women artists?" On the contrary, by attempting to answer it, they tacitly reinforce its negative implications

We moeten het, zegt Nochlin, hebben over al die systematische redenen waarom er geen echte vrouwelijke toppers zijn, het feit dat ze lange tijd niet naar de kunstacademie mochten bijvoorbeeld, en dat ze, zelfs toen dat wel mocht, nog steeds geen naaktmodellen mochten tekenen en dus lang niet genoeg oefening kregen in tekeningen maken van lichamen. Het is een wonder, zegt Nochlin, dat er überhaupt een paar best okee-e vrouwen boven zijn komen drijven:

Deprived of encouragements, educational facilities, and rewards it is almost incredible that a certain women did persevere and seek a profession in the arts"

Het doet pijn om dit te lezen, omdat ze gelijk heeft, we zijn niet zo goed. Verzet je tegen de neiging om te roepen: maar we zijn wel goed. Voel de frustratie over het systeem. Want we moeten eerst door die fase heen om dat systeem af te breken, het systeem dat dit veroorzaakt heeft, en in stand gehouden. Zeggen dat we nu al net zo goed zijn, helpt niet, integendeel.

Als je echt een inkijkje wil in het denken van dat systeem, dan kan ik je ook nog het boek van David Sachs en Peter Thiel uit de jaren ‘90 aanraden; the Diversity Myth. Ze schreven dit over hun tijd als studenten aan Stanford. I know, dat klinkt insane dat ik dit aanraad, maar ze beschrijven echt vreselijk goed de januskop die feministen vaak niet onder ogen willen zien. Als vrouwen en mannen zo gelijk zijn, zeggen ze, waarom moet er dan een afdeling feminisme op de universiteit komen? En als witte en zwarte mensen gelijk zijn, waarom doceren we dan Afro-Amerikaanse cultuur? Sacks en Thiel zijn bijzonder verbolgen over het feit dat Stanford een vak “Black Hair” aan ging bieden:

The absurd race consciousness of “Black Hair” is a testament to the extremes to which multiculturalism has taken the curriculum.

Met andere woorden. Jullie zeggen dat jullie gelijk zijn, maar dat maakt toch voor kennis niks uit?

If there are no gender differences and men and women are completely fungible, then it would not matter who is doing what.

Ja, dat is waar, als mannen en vrouwen dezelfde dingen onderzoeken, zou er geen verschil moeten zijn. De notie dat vrouwen (of zwarte mensen, of homoseksuele, of mensen met een handicap etc.) simpelweg andere dingen zouden willen onderzoeken, en niet dezelfde dingen op een andere manier met andere uitkomsten, dat is toch in tegenspraak, zeggen Sacks en Thiel—helaas pindakaas voor mensen zoals ik die een grote hekel aan die akelige mannen hebben—heel terecht, met het idee dat iedereen gelijk is?! Een feministisch lesprogramma is, zeggen ze, bestaat uit:

[…] the utopian demands for an elimination of all gender differences, the (totally inconsistent) demands for a uniquely female perspective, and the belief in widespread gender discrimination […]

Het boek van Sacks een Thiel is—als je het aankan want het is vrij onaangenaam geschreven, het druipt van haat, zoals je aan bovenstaande quotes hebt kunnen zien—een heel goed inkijkje in het denken dat zegt: jullie zeggen zelf dat jullie hetzelfde zijn als wij witte mannen, dus stop met zeuren dat je dan ook nog wat anders wilt. Als je echt precies gelijk bent aan wat wij zijn, dan moet je ook hetzelfde goed, leuk, en interessant vinden.

Ze wijzen heel terecht op die tegenspraak, en feminisme had daarop inderdaad geen coherent antwoord.

Dan nog even terug naar de TU Delft. We moeten, met Nochlin (en met enige tegenzin ook met Thiel en Sacks) accepteren dat wij vrouwen niet hetzelfde zijn. We zijn, in het systeem dat er nu is, niet zo geïnteresseerd in de huidige vorm wiskunde. En nog maar een voor de zekerheid keer: of dat nu nature of nurture is, dat is niet relevant [[1]] Dat doet pijn, en dat willen we niet accepteren, want (januskop!) we zijn toch wél net zo goed, we doen toch niet onder voor de mannen, toch?

Ja, helaas wel, in het systeem waarin we nu leven. Dat niet accepteren, maar negeren, lost niets op, hetgeen we zien aan de relevantie van het boek van Nochlin. Zeggen dat we wel hetzelfde zijn, is precies wat ertoe heeft geleid dat er nog geen snars veranderd is. Want als we hetzelfde zijn, dan is er niks aan de hand! Dan kunnen we met wat leuke posters/TikTok-videos en desnoods dan positieve discriminatie, het probleem oplossen dat meiden niet naar de TU willen, of geen ondernemer willen worden, of geen premier of wat dan ook.

Maar dat zal nooit genoeg zijn. De universiteit die we nu hebben, is (net als alle systemen waarin we leven) eentje gemaakt door mannen, voor jongens. Veel te lang hebben we gedacht dat als we daar gewoon wat slimme meiden aan toevoegen, dat er dan verder niks hoeft te veranderen. Dat is een naïeve gedachte, die ten eerste niet goed blijkt te werken, en ten tweede de last van verandering op de schouders van die meiden legt. Want die meiden moeten niet alleen succes behalen in een systeem dat niet voor ze gemaakt is, ze moeten ook nog eens (zoals ik nu voor de zoveelste keer aan het doen ben) uitleggen wat er mis is met dat systeem, hetgeen je natuurlijk weer vaak genoeg op een “als je het zo stom vindt, ga dan toch weg” komt te staan. Sommigen van ons, te veel misschien, doen dat ook en dan is er weer niks veranderd.

Het is, al met al, een wonder dat het een paar van ons best redelijk gelukt is, een technische carrière. Als we willen dat er meer vrouwen dat lukt, dan moeten we die studies aanpassen aan wat vrouwen, over het algemeen, interessanter vinden. Geen curriculum vol met abstracte wiskunde, maar vakken over maatschappelijke impact, over menselijke keuzes en waardes, en niet later in een curriculum als er al voldoende wiskunde geleerd is, maar vanaf het begin, in alle vakken. Van wie is de ruimte? Van wie is social media? Dat zijn vragen waarmee je moet beginnen, niet eindigen.

We moeten gaan uitleggen dat technische studies net zo veel gaan over mensen, over een betere wereld, als andere studies die ook moeilijk zijn maar die vrouwen wel kiezen: rechten, medicijnen enzovoorts. Alles wat techniek is, is voor mensen. Dat nagenoeg alleen mannen de wereld ontwerpen, is een probleem voor iedereen.

Zo’n interventie leidt niet alleen tot een gebalanceerdere studentenpopulatie zonder herhaaldelijke tripjes naar de rechter (want reken maar dat mensen hier bezwaar tegen blijven aantekenen) maar ook tot andere keuzes, tot andere technologie en dus tot een andere wereld.

Geniet van je boterham, ik ga van Ameland genieten de komende week!

PS Ik beloof dat dit de laatste feministische special is hoor. Ik heb ook nog op de rol staan: Wikipedia, hacken en de publieke ruimte!

[[1]]: En please ga nu ook niet mailen: ja maar ik ben/ken een vrouw die dat wel is, of lees tenminste voor je dat doet die 26 pagina’s van Nochli